top of page
De prijs van een kilo zilver in euro's in 2026 tot nu toe
De prijs van een kilo zilver in euro's in 2026 tot nu toe

Het criterium voor zaken die ik taxeer is dat het allemaal objecten zijn die hun waarde niet per se ontlenen aan hun nut of de kosten die zijn gemaakt om ze te fabriceren, maar juist aan hun zeldzaamheid. Die zeldzaamheid komt meestal voort uit het feit dat een object niet langer gemaakt wordt en er zodoende dus maar een beperkte hoeveelheid van is. Er zijn ook uitzonderingen op deze regel. 


Zilver en goud zijn edelmetalen die hun waarde ontlenen aan unieke eigenschappen. Zilver reflecteert meer licht dan welk metaal dan ook, hiermee heeft het praktisch nut in vele toepassingen, daarnaast speelt het een rol in de analoge fotografie. Goud heeft de zeldzame eigenschap niet gevoelig te zijn voor zuurstof of reactie met andere chemicaliën. Alleen al door deze eigenschap zal er altijd vraag zijn naar goud voor toepassingen in electronica. Hoewel deze toepassingen een basiswaarde garanderen komt de vraag voor deze twee edelmetalen toch vooral voort uit gebruik in alledaagse objecten. Vrijwel iedereen heeft gouden en zilveren objecten in huis waar het gebruik van het metaal zuiver decoratief is. 


De zilverprijs heeft de afgelopen twee jaar een prijsverloop laten zien die eerder lijkt op de koers van een crypto munt dan op die van de prijs van een historisch stabiel edelmetaal. Goud en zilver waren even geen saaie, conservatieve belegging, maar een heuse achtbaan. Tussen 29 januari 2025 en 29 januari 2026 steeg de zilverprijs van €940 per kilo naar €3225 per kilo. Inmiddels is deze teruggezakt naar ongeveer €1720 per kilo. 


Bron: Kunst en Antiekveiling 2002, scriptum art Schiedam
Bron: Kunst en Antiekveiling 2002, scriptum art Schiedam

De bovenstaande mand, een zogeheten soezenmand, is vervaardigd door de Groningse zilversmit Nanno Folmer in 1833. Hij weegt 612 gram. Het gehalte wordt niet genoemd, dit is hoogstwaarschijnlijk 1e gehalte. Hij is op 27 maart 2001 geveild door Glerum in Amsterdam. De opbrengst was toen €3.811 inclusief de veilingkosten. Met wat rekenwerk schat ik dat de smeltwaarde op de dag van verkoop ongeveer €60 was. De waarde van de grondstof is in dit geval dus een vrijwel verwaarloosbaar onderdeel van de waarde van het object. 


Bron: invaluable.com, geraadpleegd 29/9/2026
Bron: invaluable.com, geraadpleegd 29/9/2026

Dan het bovenstaande lot, een zeer gelijkende soezenmand, vervaardigd in 1838 door Stellingwerf & van Grasstek in Amsterdam en verkocht voor €640 (inclusief opgeld) bij veilinghuis Schloss Ahlden. Het object heeft een gewicht van 775 gram. We moeten hier eveneens aannemen dat het om 1e gehalte zilver gaat. De smeltwaarde op de dag van verkoop van dit object ligt ongeveer op €750. 


Ik hoef niet uit te leggen dat er in 25 jaar nogal veel veranderd is. Waar de smeltwaarde van een biedermeier soezenmand eerder rond de 2% van de veilingopbrengst lag is deze nu meer dan 100%. De koper van de 2e soezenmand had kunnen verdienen door het object dezelfde dag nog om te smelten en we mogen alleen maar hopen dat hij dat niet heeft gedaan.


We zien twee tegengestelde trends. Allereerst een geleidelijke stijging van de prijs van edelmetaal (met horten en stoten) en daarnaast een geleidelijke daling van de prijs van antiek zilver. Deze tegengestelde trends maken dat de prijs van het materiaal in veel gevallen de prijs van antiek zilver heeft ingehaald. Je moet echt een mooi en zeldzaam stuk hebben wil de waarde ontleend aan de zeldzaamheid uitkomen boven de waarde van de grondstof. 


De markt voor antiek zilver wordt zwaar verstoord door deze ontwikkeling. Het is bijvoorbeeld lastig voor de handelaar om een marge te maken op goede 19e eeuwse stukken omdat deze door de materiaalprijs al zo duur zijn geworden. Nederlandse veilinghuizen hebben moeite hun zilver te verkopen door sterk fluctuerende prijzen. Het is ongekend dat tussen de publicatie van de catalogus en de veiling (doorgaans zo'n 2 a 3 weken), de waarde van het zilver zo kan fluctueren dat de schattingen niet meer kloppen. 


De situatie biedt ook een kans. De antiekkoper die zijn aankopen ook als belegging ziet weet dat prijzen voor antiek al jaren onder druk staan. Het kopen van antiek zilver biedt de kans om prachtige stukken te kopen die niet aan deze trend onderhevig zijn. De onderliggende prijs van het metaal stijgt historisch alleen maar. Zo kan je dus beleggen in edelmetaal en iets moois in huis halen. Bovendien red je een stuk van de smeltoven!

Wanneer schakel je een taxateur roerende zaken in?

Het komt in een mensenleven niet vaak voor dat je de exacte waarde van een object moet weten. Iedereen met een hypotheek heeft weleens een vastgoedtaxatie aangevraagd, maar een taxatie voor roerende goederen, wanneer heb je die eigenlijk nodig? Hieronder zet ik kort op een rij wanneer het raadzaam is om een taxateur roerende zaken in te schakelen.


Bij overlijden. Na het overlijden van een persoon wil de fiscus weten wat diens bezittingen waard zijn, om daar de altijd populaire erfbelasting op te kunnen heffen. Een inboedel kan een flink deel van een nalatenschap uitmaken. Overigens is niet bij elk overlijden een taxatie nodig. Bij de gemiddelde boedel volstaat een inschatting van de waarde. Alleen als de inboedel een aantal waardevolle of zeldzame stukken bevat, is een formele taxatie aan te raden. De taxateur rapporteert dan over de actuele marktwaarde, en dat bedrag kan worden meegenomen in de aangifte erfbelasting. De fiscus kan bij vermoeden van onderwaardering, of als een collectie bij hen bekend is, de erven ook verplichten tot taxatie.

Een ander scenario waarbij taxatie raadzaam is, is de verdeling van waardevolle spullen tussen erfgenamen. Een onafhankelijke waardebepaling schept een gelijk speelveld en kan een hoop gedoe voorkomen.


Bij verzekering. 94% van de Nederlandse huishoudens heeft een inboedelverzekering. Het grootste deel daarvan heeft de inboedel verzekerd op basis van een schatting van de vervangingskosten. Als je inboedel waardevolle stukken bevat, is het verstandig deze te laten taxeren. Zo weet je zeker dat je niet onder- of oververzekerd bent. Bij onderverzekering krijg je bij verlies niet het bedrag uitgekeerd dat je redelijkerwijs nodig hebt om de spullen te vervangen. Bij oververzekering kan er een juridisch conflict met de verzekeraar ontstaan, omdat je wettelijk geen voordeel mag hebben bij een calamiteit. Een kundige taxateur voorkomt beide problemen.


Bij schenking. Je mag van de fiscus niet zomaar onbelast spullen weggeven. Wil je iets met een significante waarde schenken, zoals een juweel of schilderij, dan ben je verplicht een taxatierapport te laten opmaken zodra de waarde hoger is dan €20.000. Dat bedrag gaat uit van de zogeheten waarde economisch verkeer. Het TMV omschrijft dat als: "De prijs die bij aanbieding van de zaak, ten verkoop op de meest geschikte wijze na de beste voorbereiding, door de meest biedende gegadigde, daarvoor zou zijn besteed." In de praktijk komt dat meestal neer op wat het object bij een geschikt veilinghuis redelijkerwijs opbrengt. Dat gezegd hebbende: ook onder die grens is een taxatie bij een schenkingsaangifte verstandig, zodat je niet te veel of te weinig betaalt.


Bij verkoop. Overweeg je een waardevol object te verkopen? Als je veilt, bepaalt de markt de prijs. Mits de veiling plaatsvindt via een geschikte partij, krijg je nooit te weinig. Toch kan het interessant zijn om een object direct te verkopen aan een handelaar, verzamelaar, of aan vrienden of familie, omdat je zo hoge veilingkosten bespaart. Bij directe verkoop is een taxatie raadzaam. De taxateur geeft aan wat een eerlijke prijs is in het betreffende scenario, zodat de handelaar niet te weinig biedt en er geen scheve ogen ontstaan binnen de familie.


Bij aankoop. Net zoals bij verkoop kan het bij aankoop van een object raadzaam zijn om een expert in te schakelen. Een taxateur kan een rapport opstellen voor een aan te kopen object, maar meestal volstaat het aangeven van een logische prijs. 


Bij bruikleen. Als je een object uitleent, bijvoorbeeld voor een tentoonstelling of voor gebruik door een derde, verschuift de verantwoordelijkheid naar de bruikleennemer. Het is dan verstandig vooraf af te spreken welk bedrag verschuldigd is bij schade of verlies. De taxateur kan aangeven welk bedrag in dat geval redelijk is.


Bij faillissement en executie. Het zijn nooit de leukste taxaties, maar bij faillissement is het soms nodig de roerende goederen van een persoon of bedrijf te laten taxeren. Hier gaat het niet om de waarde economisch verkeer, maar om een waarde die uitgaat van elk aannemelijk bod, bij executie is immers haast geboden. Het is dan ook belangrijk dat de taxateur direct beschikbaar is. Dat kan niet iedereen.


Bij echtscheiding. Ook bij een echtscheiding moet er soms een verdeling worden gemaakt van bepaalde zaken, met als doel een gelijke geldelijke waarde voor beide partijen. Deze situatie lijkt sterk op taxeren bij een nalatenschap. Je gaat hier ook uit van een actuele marktwaarde.


Bij hypotheek. Het is geen dagelijkse kost, maar het komt soms voor dat een eigenaar een hypotheek laat vestigen op een waardevol object. Het object, of de collectie, is daarmee het onderpand. Uiteraard is het belangrijk om in dit geval de waarde van het object of van de collectie eerst te bepalen. 


Bij restauratie. Het restaureren van kunstobjecten en antiek is een dure aangelegenheid. Zowel de hoeveelheid manuren als de gebruikte materialen maken restaureren een prijzige aangelegenheid. Een taxateur kan u vertellen wat de waarde van een object voor en na restauratie is en of het de moeite waard is om een object te laten restaureren. 


Zoals je ziet zijn er veel situaties waarbij een taxateur van pas komt. Twijfel je of jouw situatie een taxatie rechtvaardigt? Neem gerust contact op, ik denk graag met je mee. 






Een lepel die zojuist €1200 euro opbracht op een veiling kan binnen de taxatiepraktijk tegelijk €600 als €3000 waard zijn. Dat klinkt vreemd! In deze blogpost zal ik kort uitleggen hoe dit kan.


We starten met de lepel in kwestie: 




Het betreft een vroege brijlepel vervaardigd door Hendrik van Beest in Rotterdam in 1705 met een gewicht van 194 gram en een lengte van 36cm. Deze lepel is geveild door veilinghuis Peerdeman in Utrecht op 23 april 2023. De hamerprijs was €1200. Foto: Veilinghuis Peerdeman.


Voor een taxateur is op deze lepel niet eenduidig een waarde te plakken zonder te weten wat het doel van de taxatie is. Dit komt doordat de getaxeerde waarde van een object kan wijzigen naargelang het doel waarvoor de waarde wordt bepaald. 


Executiewaarde

Stel dat de lepel zich bevindt in een inboedel die wordt geliquideerd omdat de eigenaar schulden heeft en persoonlijk failliet is verklaard. De schuldeisers willen een snelle afhandeling en vinden een professionele opkoper die bereid is de gehele boedel in één keer over te nemen. Omdat de opkoper snel moet handelen en bereid is het geheel over te nemen heeft hij een goede onderhandelingspositie, doorgaans biedt hij vaak flink lager dan de veilingwaarde. Gangbaar is dat een dergelijke executie plaatsvindt op ongeveer de helft van de reële opbrengst op een geschikte veiling. Dat is in dit geval dus €600. Dus wanneer een taxateur wordt gevraagd de waarde te bepalen voor een rapport voor executie, zal hij een bedrag van omstreeks €600 noemen.


Waarde bij boedelverdeling

In een tweede scenario bevindt de lepel zich in een inboedel van een overleden persoon. Drie erfgenamen verdelen de boedel. Deze lepel komt toe aan erfgenaam 1. Deze besluit hem kort na de verdeling te willen verkopen. Bij een nalatenschap is het logisch om te taxeren naar de opbrengst die de lepel op een geschikte veiling als Peerdeman zou opbrengen. Het veilinghuis houdt een percentage in op de uitkering. Dit percentage varieert. In dit geval is de meest logische getaxeerde waarde €1000. Door uit te gaan van de geschatte opbrengst kan erfgenaam 1 geen voordeel behalen op de andere twee erfgenamen door het object kort na de verdeling te verkopen.


Verzekeringswaarde

In een derde scenario wil de eigenaar de lepel verzekeren. De verzekering gaat er standaard vanuit dat de eigenaar bij diefstal of onherstelbare beschadiging van de lepel een soortgelijke lepel wil kopen. Gezien het aanbod bij veilinghuizen onregelmatig is, is het maar de vraag of hier binnen afzienbare tijd een soortgelijke lepel beschikbaar komt. Dus stelt de verzekering dat de eigenaar een soortgelijke lepel zal moeten vinden bij een handelaar gezien er in de handel meer voorraad is. Deze handelaar zal op een object met een dergelijke prijs meestal zijn inkoop ongeveer willen verdubbelen. Ervan uitgaande dat de handelaar de lepel op de veiling heeft gekocht zal hij, uitgaande van een opgeld van 30%, (opgeld is de provisie die het veilinghuis rekent aan de koper) dus in totaal €1560 betaald hebben voor de lepel. De handelsprijs zal met wat afronding dus rond de €3100 liggen. De verzekeraar stelt dat dit het bedrag is waarvoor de lepel moet worden getaxeerd voor verzekering. 


Er zijn meer waardes toe te kennen aan een object in andere scenario's die subtiel afwijken van de bovenstaande bedragen, maar deze drie dekken de basis en vormen tegelijk de uitersten. Bij objecten met een veel hogere en veel lagere waarde kunnen de verhoudingen afwijken. Een handelaar maakt bijvoorbeeld doorgaans geen marge van 50% op een schilderij van €100.000. Dezelfde handelaar komt met een stoel met een inkoopprijs van €150 niet uit met een verkoopprijs van €300. 


Een belangrijke kanttekening is dat de lepel op een slechte dag afgehamerd had kunnen worden voor €900 en op een goede dag voor €1500 euro. Ik ga nu gemakshalve even uit van een vaststaande gerealiseerde veilingopbrengst. De realiteit is altijd weerbarstiger, maar een kundig taxateur had zeker de hoge waarde van deze lepel ingezien en was uitgegaan van ruwweg deze opbrengst.


Gebrekkige kennis van verschillende waardedefinities leidt er in de praktijk toe dat veel mensen onbewust de verzekeringswaarde zien als de enige en echte waarde van een object. Zo’n lekkere hoge waarde bekt goed en zorgt ook voor spectaculaire televisie bij bijvoorbeeld Van Kunst tot Kitsch. Een vakkundig taxateur zal altijd als eerst vragen waarvoor de taxatie dient en dit doel ook expliciet noemen in zijn rapport.


Van Boetzelaer Art & Estate Consultancy

 

Marnix van Boetzelaer - info@vanboetzelaerconsultancy.com - +31 655 721 004

© 2025 Van Boetzelaer Art & Estate Consultancy

bottom of page